Beschouwingen bij de Beleidsnota FinanciŽn en Begroting (09/02/00)

1. "Een beleidsnota is een meer concrete uitwerking van de basisopties in het regeerakkoord. De nota is de weergave van de visie van de functioneel bevoegde minister en vormt de basis van een debat in het Vlaams Parlement". Zo staat het gedrukt op de tweede pagina van elke beleidsnota. Daarenboven zegt het reglement van het Vlaams Parlement: "De beleidsnotaís worden opgesteld in onderling overleg tussen de betrokken leden van de Regering en geven de grote strategische keuzen en opties van het beleid voor de duur van de regeerperiode weer." Met andere woorden: een beleidsnota is dus ťťn van de belangrijkste instrumenten in de relatie Regering - Parlement: het is een instrument aan de hand waarvan het Parlement de visie van de Regering leert kennen, en het is een instrument aan de hand waarvan het Parlement nadien de Regering kan evalueren - heeft de Regering de eigen visie, als die door het Parlement zou zijn goedgekeurd, gevolgd?

Ik bleef bij het lezen van deze beleidsnota permanent op mijn honger. De beleidsnota FinanciŽn en Begroting is de nota bij uitstek waarop het beleid van de ganse Vlaamse Regering is gebaseerd. Hij moet inzicht verschaffen in de middelen die de ministers nodig hebben om beleid te voeren. Ik had meetbare uitgangspunten verwacht, zowel inzake de financiŽle, budgettaire en economische situaties. Want uitgangspunten heb je nodig om, in functie van de doelstellingen, naderhand de resultaten te meten. Een goede beleidsnota FinanciŽn en Begroting begint volgens mij steeds met het aangeven van het "omgevingskader": het financieel-economisch kader waarbinnen de Vlaamse overheid zich beweegt. Dit is immers van cruciaal belang om zich een visie te vormen over het financiŽle en begrotingsbeleid. In deze beleidsnota niets daarvan. Het is dus zelfs totaal onmogelijk om gekwantificeerde doelstellingen naar voor te schuiven. Moet ik hieruit concluderen dat deze beleidsnota, en dus de visie van de Regering, zich zowat in het luchtledige beweegt, en dat er geregeerd wordt met de natte vinger, dat er een "we-zien-wel-beleid" wordt gevoerd? Ik hoop voor de Vlamingen van niet.

Leden van de meerderheid zeggen ook: "Het is de logica zelve dat er in een beleidsnota FinanciŽn en Begroting cijfers staan." Welnu: in deze beleidsnota die gaat over het geld van de Vlamingen, staan bitter weinig cijfers ...:

-geen enkele becijfering of detaillering van welke middelen waar zullen gegenereerd worden;

-geen enkele visie over de impact van verwachte evoluties zoals vergrijzing;

-geen enkele verduidelijking over hoe de zero base budgettering zal doorgevoerd worden;

-geen enkele evolutie van de gewestbelastingen in de komende 5 jaar;

-geen enkele evolutie van de ecologische schuld;

enz. Niets van dit alles. Dit is onaanvaardbaar voor een Beleidsnota FinanciŽn en Begroting.

2. Budgettair blijf ik uiteraard pleiten voor een eigen Vlaamse normering. Ik sta daarbij niet alleen. Zowel de Serv (de Sociaal Economische Raad van Vlaanderen), als het VEV (het Vlaams Economisch Verbond), zelfs de vakbonden - zij het wat voorzichtiger dan de anderen - pleiten voor een eigen Vlaamse normering. Alle organisaties beseffen dat, indien de huidige Vlaamse Regering verder budgetteert en uitgeeft op de wijze zoals ze dat vandaag doet, nl. met een saldonorm, er zeer snel besparingen aan de burgers zullen moeten opgelegd worden. Er zit absoluut geen lange termijnvisie in, de Regering blijft zweren bij de HRF-norm, die de lange termijn opoffert aan de korte termijn. De Serv zegt het duidelijk:

"Men kan stellen dat de regering met de nieuwe begrotingspolitiek in tegenstelling met de euromeesternorm mikt op een minder snelle afbouw van de schuld (...). Dit laat toe in de eerstvolgende jaren een grotere beleidsruimte aan te wenden. Die grotere aanwending zal evenwel later moeten gecompenseerd worden. Tegen ongeveer 2010 is de gecumuleerde bijkomende beleidsruimte van de nieuwe begrotingspolitiek in vergelijking met de euromeesternorm herleid tot nul. Tegen 2020 zou het verlies opgelopen zijn tot ongeveer 18 miljard (in prijzen van nu), niettegenstaande de schuldratio in vergelijking met die bij de euromeesternorm fors hoger zal zijn."

Een eigen Vlaams begrotingsbeleid moet een goed beleid zijn. Gaan we terug de fout maken uit het verleden en de staat subsidiŽren op kosten van onze kinderen? Dankzij het harde werk van de Vlamingen werd die fout hersteld en werd het Vlaamse budget gezond gemaakt. De laatste beleidsbrief FinanciŽn en Begroting van de vorige regering verwees ernaar: "De Kroon op het Werk van de Vlamingen". In de Septemberverklaring stelde de Minister-President dat we onze kinderen en onze kleinkinderen van zoín herhaling willen vrijwaren. Ik hoorde het hem graag zeggen. Ik vrees echter dat er een verschil bestaat tussen woorden van toen en de realiteit van morgen.

Tijdens de bespreking van de beleidsnota FinanciŽn en Begroting 1995-1999 (Stuk 192 (1995-1996), Nr. 2 - 8) verzette collega Denys (VLD) zich tegen een decretale verankering van de Meesternorm. Ik kon hem daarin zelfs volgen. Hij stelde toen dat een decretale verankering de flexibiliteit wegneemt, en stelde toen letterlijk: "Perioden van grotere economische groei moeten kunnen worden aangewend om tekorten sneller terug te dringen." Collega Denys pleitte toen reeds zonder dat hij het zelf wist voor een euromeesternorm, die acyclisch werkt en dus in economisch betere tijden een appeltje spaart voor de dorst van economisch minder goede tijden.

De Minister-President stelt in zijn beleidsnota dat er in de normdiscussie nog geen antwoord werd gegeven op de vraag naar het optimale schuldniveau. De regering wil vermijden dat "te veel middelen aangewend worden voor een versnelde schuldafbouw." Maar hoeveel is "te veel"? Was het geen uitgelezen kans om de visie van de Minister-President hierover in deze nota uitvoerig uiteen te zetten, zodat het Parlement hierover een woordje kan meepraten?

Zoals ook in andere beleidsnotaís, heeft de Regering er een handje van weg om nogal veel naar de Costa te schuiven. De Regering durft zelfs geen visie meer te ontwikkelen, los van de Costa. In de beleidsnota lees ik het onthutsende zinnetje: "Rekeninghoudend met de resultaten van de Costa kan het aangewezen zijn de relevantie van een aangepaste, eigen normering te gaan onderzoeken." Ongelooflijk! We leggen er met de Vlaamse Regering even het bijltje bij neer, gaan even "met verlof", of "in loopbaanonderbreking", tot de Costa resultaten oplevert. En dan gaan we terug beginnen onderzoeken of een aangepaste, laat staan eigen, normering nog wenselijk is. Dit verontrust mij, niet zozeer voor vandaag, maar wel voor morgen, vooral voor onze kinderen en kleinkinderen!

3. Wat de eigen fiscaliteit betreft, ben ik van oordeel dat we ons nu minstens moeten toespitsen op de eigen Vlaamse gewestbelastingen. Ook in deze had ik een aantal cijfergegevens verwacht. Wat is de evolutie van de globale belastingdruk inzake gewestbelastingen ? Als we vaststellen dat de successierechten een gemiddelde stijging kennen van 5%, dan betekent dit ook dat de belastingdruk stijgt en dat we, zoals afgesproken in het verleden (en waarop ook werd aangedrongen door de VLD), de gewestbelastingen verder moeten laten dalen. We kunnen de successierechten in rechte lijn verder laten dalen of we kunnen de stijging van de inkomsten inzake successierechten ook gebruiken om de vermindering van de registratierechten te realiseren, zoals wij bij de begrotingsbesprekingen reeds voorstelden. We zullen dus ons amendement op het programmadecreet ombouwen tot een voorstel van decreet. Gezien er op dit ogenblik helemaal geen decreten voorliggen, zelfs niet in voorbereiding zijn, zullen we ruimschoots de tijd krijgen om dit ten gronde te bespreken. Wie weet, we kunnen misschien voldoende leden van de meerderheid overtuigen...

Allemaal wensen we meer fiscale autonomie. Waar vind ik in deze beleidsnota de doelstellingen inzake fiscale autonomie m.b.t. de personenbelasting, m.b.t. tot de ondernemingsfiscaliteit, m.b.t. de milieufiscaliteit? Vlaanderen zal trekker moeten zijn in het versterken van de fiscale autonomie, d.w.z. handelen waar ze kan, m.a.w. om te beginnen op de eigen gewestbelastingen en de op de uitbreiding ervan.

4. In het debat rond de beleidsnota FinanciŽn en Begroting 1995-1999 (Stuk 192 (1995-1996), Nr.2, 7) stelde mijnheer Denys dat in de beleidsnota geen stellingname voorkwam over de inkrimpende rol van de overheid: er is een grote uitgavengroei waar te nemen en het dalend begrotingstekort van de Vlaamse Gemeenschap is enkel te wijten aan de stijgende middelen. Het gebrek aan stellingname over de kerntaken van de overheid, is, nog steeds volgens collega Denys, te wijten aan de kleine eigen fiscaliteit: "door de manier waarop in de Financieringswet de middelen naar de Gemeenschappen en de Gewesten worden versluisd, ontbreekt de noodzakelijke spanning tussen de belastingen en de uitgaven." Allemaal wijze woorden van een vijftal jaren geleden. En hij was deze woorden niet vergeten, want tijdens de laatste begrotingsbesprekingen herhaalde hij deze. De Minister-President beloofde hem toen dat deze discussie uiterlijk in januari 2000 zal worden gevoerd op basis van de beleidsnotaís. Nog altijd wachten we erop. Moeten we dan toch de resultaten van de besprekingen in de Costa afwachten voordat we een eigen visie durven uitstippelen?

5. In de beleidsnota FinanciŽn en Begroting is niets meer te vinden over de zorgverzekering. Uit de nota Ďde onvoltooide symphonieí van de Minister van Welzijn en Gezondheid, heb ik begrepen dat dit volledig een welzijnsmaterie is geworden. Toch lees ik daar dat de bijdragen zullen gekapitaliseerd worden. Dit is een absolute noodzaak omwille van de demografische evolutie en om voor de bijdragebetalers van vandaag de dekking voor morgen te garanderen. Het verzekeringselement is dus absoluut noodzakelijk. Daarom begrijp ik niet waarom financiŽn hierbij niet meer betrokken is. Ik vrees dat dit nefast wordt voor de uitbouw van het systeem. De zorgverzekering kan maar slagen voor zover het systeem financieel en verzekeringstechnisch op punt staat. Worden vanuit welzijn ook actuariaatsstudies verricht? Ik zeg met veel overtuiging: Met bekommernissen vanuit welzijn alleen lukt dit nooit.

6. Bijkomende middelen wil de Regering halen uit privatiseringen, zero-base budgetting, PPS, enz. Ook in dit verband blijf ik echter op mijn honger met deze beleidsnota:

-er wordt geen kader aangereikt waarbinnen privaat-publieke-samenwerking kunnen worden opgezet, noch waaraan ze moeten voldoen. Er wordt geen visie ontwikkeld op welke wijze zal geprivatiseerd worden en hoe de middelen het best besteed kunnen worden zonder met Europa (reglementering omtrent overheidsopdrachten) in aanvaring te komen. Nochtans stelt de Regeerverklaring welke organisaties in aanmerking komen en welke de modaliteiten zijn.

-en wat met de fameuze zero-base budgettering (ZBB)? Reeds bij de begrotingsbesprekingen hebben wij vanuit onze fractie gewezen op het feit dat je geen wonderen moet verwachten van ZBBís (we hebben geleerd uit het verleden). Maar weer geen cijfer in de beleidsnota en dit in tegenstelling tot de Regeerverklaring. De Regering weet zeer goed dat de rekening al niet meer klopt, dat die vlieger, weze het stil of met lawaai, niet meer opgaat en dus kan je maar best een weinigzeggende beleidsnota produceren, want daarop kan je in een latere periode niet meer gepakt worden.

_____________________________________________________________________________

Eindelijk, de beleidsnotaís van de Vlaamse regering zijn er (30/01/00)

Eerlijk gezegd, ik zat er al een tijdje naar uit te kijkenÖ. Maar de ontgoocheling was groot als ik de beleidsnota van FinanciŽn en Begroting las. Ik had iets boeiends, iets nieuws vewacht, met duidelijke stellingen over fiscale autonomie, met een visie op lange termijn over hoe de belastingverlaging zal doorgevoerd worden, over een nieuwe zero-base-budgetbenadering (u weet wel, de begroting kritisch analyseren om af te schaffen wat niet meer nodig is). Want daarover had de Minister-President het zo uitvoerig in zijn regeringsverklaring, over de echte keuzes die deze regering zou maken wat de investeringen betreft. Maar niets daarvan. Ďt Is een uiterst mager beestje. Over de normering: "dat een te stringente normering, die te eenzijdig de nadruk zou leggen op de vermindering van de schuld, aanleiding kan geven tot het ontstaan en de opbouw van een maatschappelijke schuld in ťťn of meer beleidsdomeinenÖ.", welke normering dan wel wordt toegepast wordt minder en minder duidelijk.

Of toch, als je het verslag van de Serv er op naleest kan ik niets anders dan vaststellen dat de sociale partners zeer duidelijk zijn: het lange termijn denken is volledig achterwege gelaten. De huidige regering past uitsluitend een Ďsaldonormí toe, wat alleen betekent dat men de eerste jaren veel meer kan uitgeven om dan over enkele jaren te moeten terugschroeven. Het typeert het klimaat van de huidige bewindsploeg: laten we vandaag profiteren van wat we morgen niet meer mogen.

Wil men toekomstgericht denken dan moet deze regering terugkeren naar de principes van de euromeesternorm. Een norm die plant op lange termijn, die de schuld nog verder afbouwt en a-cyclisch is, dit wil zeggen een blijvende groei mogelijk maakt in goede en kwade jaren. Deze ploeg vervalt in de fouten van een ver verleden: te veel uitgeven als het goed gaat, saneren als het slecht gaat. Daarenboven voorziet deze regering helemaal niet in een belangrijk investeringsprogramma, wat men juist nu moet doen, als het economisch zeer goed gaat.

De Serv wijst in dat verband op het feit dat niettegestaande de zeer grote beleidsruimte waarover deze regering beschikt ze weing substantiŽle impulsen geeft voor infrastructuur, iets waarin we in Vlaanderen nog wat achterstand hebben. In een lange termijn visie die de vorige Vlaamse Regering uitstippelde voorzagen wij op zijn minst in 30 miljard nieuwe investeringen ter verbetering van de mobiliteit. We hadden het beloofd, we zouden het gedaan hebben.

Na de bespreking van de Beleidsnota FinanciŽn en Begroting heb ik samen met collegaís Erik Van Rompuy en John Taylor een motie ingediend.