Een efficiŽnt Vlaams gezondheidsbeleid

 ĎVoorkomen om te genezení en Ďmeten om te wetení zijn 2 belangrijke uitgangspunten om een goed gezondheidsbeleid voor de mensen te voeren. Registreren is dus noodzakelijk om een beeld te krijgen van de globale gezondheid van de bevolking. Het rookgedrag, de kindersterfte, de borstkankerscreening, de hoge graad aan zelfdoding, het zijn allemaal gegevens die we nodig hebben om het beste gezondheidsbeleid voor de mensen in ons land uit te stippelen.

In Vlaanderen zijn we er reeds lang van overtuigd dat werken met gezondheidsdoelstellingen op basis van goede en gegronde gegevens een goed uitgangspunt is. Trouwens we baseren ons daarvoor op de richtlijnen van de wereldgezondheidsorganisatie. Het SPE ( Studiecentrum voor Perinatale Epidemiologie) registreert al 15 jaar het kindersterftecijfer in Vlaanderen. Internationaal benijdt men ons dit goed opgebouwd systeem. Vorige week nog mocht ik als voorzitter van de VLK ( Vlaamse Liga tegen Kanker)  de resultaten inzake de borstkankerscreening voorstellen. Ook inzake kankerregistratie kan Vlaanderen goede resultaten voorleggen.  In Vlaanderen neemt 35 % van de vrouwen tussen 50 en 70 jaar deel aan deze borstkankerscreening. Daarnaast zijn er nog ongeveer 21 % van de vrouwen die een diagnostisch borstonderzoek laten gebeuren. VLK wil samen met de Vlaamse minister van volksgezondheid Inge Vervotte vrouwen overtuigen om massaal deel te nemen aan de screening, omdat dit past in de strategie Ďbeter voorkomen dan genezení en dat is bij borstkankerscreening effectiever en goedkoper dan bij de diagnostische mammografie. Gemiddeld is de kostprijs van een diagnostisch onderzoek 100 euro duurder. Op zich misschien niet zoín probleem als we daarmee het aantal effectieve borstkankers verminderen. Maar een vergelijking met WalloniŽ leert dat slechts 10 % Waalse vrouwen deelnemen aan de screening maar dat er 46 % diagnostische onderzoeken gebeuren aan jawel 100 euro per onderzoek meer. WalloniŽ is nog steeds niet op dezelfde wijze bezig met een preventief gezondheidsbeleid. Preventieve gezondheidszorg is vanuit de betrokkenheid tot de mens, vanuit de bekommernis om de mens een absolute noodzaak. Jammer is dat onder Paars het preventieve gezondheidsbeleid is opnieuw sterk federaal uitgebouwd werd, met minder goede effecten in WalloniŽ omdat er hierdoor weer minder geresponsabiliseerd wordt.

Een betere preventieve gezondheidszorg voorkomt meer uitgaven in de curatieve gezondheidszorg. Zolang Vlaanderen en WalloniŽ echter niet meer en verder geresponsabiliseerd worden in de globale gezondheidszorg, en de beide gemeenschappen niet de volle verantwoordelijkheid krijgen  in de gezondheidszorg zullen we blijven functioneren met een minder efficiŽnte en effectieve gezondheidszorg.

Ik pleit dus zeer sterk voor een verdere defederalisering van de gezondheidszorg en dat heeft niets te maken met een wens of een drang naar separatisme, zoals men vanuit WalloniŽ en vanuit bepaalde kringen de laatste weken probeert te poneren. Mijn drijfveer is de zorg om een goede gezondheid voor de ganse bevolking, om de zorg af te stemmen op de noden en de voorkeuren van de mensen, en vooral om de toegankelijkheid, de betaalbaarheid en de kwaliteit te waarborgen.

Vlaanderen moet voor de gezondheidszorg het eerste bestuursniveau zijn om mensen beter van dienst te kunnen zijn.  Als een Vlaamse grondwet aangeeft wat mensen van de overheid mogen verwachten, dan heeft dit niets te maken met separatisme, wel alles met betrokkenheid en zorg om het goed voor elkeen. Om de betrokkenheid met de Vlaming te versterken, kan het dus geen kwaad dat Vlaanderen in een duidelijke en  heldere tekst zegt waar het om gaat, aangeeft waar het als deelstaat voor staat, nu en in de toekomst. Dit is gewoon een kwestie van goed bestuur.

Op een moment dat het economisch goed gaat is het een fundamenteel dat Vlaanderen binnen BelgiŽ en binnen Europa duidelijker en explicieter eigen keuze kan maken en dan zijn verdere belangrijke stappen in de staatshervorming noodzakelijk zijn.  Vlaanderen en WalloniŽ moeten een eigen sociaal economisch beleid kunnen ontwikkelen. En dan heeft dat niets te maken met separatisme, wel met verantwoordelijkheidszin, met gezond verstand en goed bestuur. De dynamiek zal er in de deelstaten door verhogen.

WDM, gewezen minister en bestuurder van VZWís en vennootschappen